De Covid19-pandemie heeft op vele manieren de gebreken en beperkingen van onze bestaande stadsontwerpen blootgelegd. Hoewel de lockdown-maatregelen hebben aangetoond hoe leefbaar steden kunnen zijn met minder congestie en lawaai, hebben zij ook de inflexibiliteit van stedelijke gebieden aangetoond. Door het onvermogen om veilig te werken en te socializen, zijn veel stadscentra leeggelopen. Terwijl een gebrek aan toegang tot groene ruimtes in woongebieden een gevoel van claustrofobie heeft veroorzaakt. Een nieuw rapport van het London Transport Museum, waar PTV Group bij betrokken was, onderzoekt nu wat er nodig is om het succes van duurzame steden op de lange termijn te garanderen.

De wereld verstedelijkt steeds meer. Tegen 2030 zullen 43 megasteden in de wereld elk ongeveer 10 miljoen mensen huisvesten. En hoewel steden een van de grootste bijdragen leveren aan onze economische gezondheid, zijn ze een van de grootste vijanden van onze milieugezondheid. Steden verbruiken meer dan 65% van de energie in de wereld en produceren meer dan 70% van de CO2-uitstoot. Het is duidelijk en onmiskenbaar dat radicale verandering nodig is, niet alleen om het milieu te beschermen, maar ook de mensen.

Sam Mullins OBE, directeur van London Transport Museum legt uit: “De pandemie is een beslissend moment in de moderne geschiedenis geweest en heeft de beperkingen blootgelegd van de manier waarop we momenteel onze stedelijke ruimtes creëren en gebruiken. In combinatie met een dreigende klimaatcrisis is het duidelijk dat we snel moeten handelen om onze visie op duurzame steden te herzien. Het is nu tijd om deze lessen te trekken en ze toe te passen op transport, infrastructuur en stadsprojecten voor het te laat is en waarde te creëren voor de mensen die nu en in de toekomst in onze steden wonen.”

Slimme tools voor duurzame steden

PTV software stelt steden in staat inzicht te krijgen in hun mobiliteitsecosysteem en dit op een meer duurzame en inclusieve manier vorm te geven.

Dit is precies waar het nieuwe rapport “Rethinking Sustainable Cities” om de hoek komt kijken. De studie is gebaseerd op digitale rondetafelgesprekken met marktleiders, beleidsmakers en academici gedurende 2020 als onderdeel van Interchange, het thought leadership-programma van het London Transport Museum. Een ander element was een enquête met de bedoeling om te onderzoeken hoe de houding van mensen tegenover de pandemie hun kijk en manier van leven in de toekomst kan veranderen.

Blauwdruk voor inclusief en duurzaam stadsontwerp

Een van de belangrijkste conclusies van de auteurs van het rapport is dat het creëren van duurzame steden niet alleen draait om het verminderen van emissies. Om succes op lange termijn te garanderen, moeten klimaatbescherming en economische groei hand in hand gaan met gelijkheid en sociale inclusie. De auteurs stellen voor een nieuwe, uniforme blauwdruk op te stellen voor een inclusief en ecologisch duurzaam stadsontwerp dat op schaal kan worden gelokaliseerd of gerepliceerd. Deze blauwdruk zou de volgende aspecten moeten omvatten:

 

  • Het herdefiniëren van waarde om prioriteit te geven aan welzijn en inclusie – Om een groen herstel te laten slagen, moeten de publieke en private sector zich ertoe verbinden onze steden op inclusieve wijze te bouwen en te ontwerpen. Steden hebben een diverse bevolking, en extremen van armoede en rijkdom kunnen daarom relatief dicht bij elkaar bestaan. De pandemie heeft de kloof tussen deze twee groepen, en de manier waarop onze infrastructuur daaraan bijdraagt, nog duidelijker gemaakt. Er zijn veel mogelijkheden om investeringen in technologie, infrastructuur en bebouwde omgeving te gebruiken om armere gebieden “gelijk te trekken”. Investeren in minder ‘wenselijke’ en vaak over het hoofd geziene gebieden zou de waarde-perceptie verbeteren en een eerlijke en duurzame groei op lange termijn beloven. Maar om dit te bereiken is een verschuiving nodig in de manier waarop we projecten evalueren. In een duurzame stad zou bijvoorbeeld een succesvol wegenbouwproject niet alleen worden afgemeten aan de onmiddellijke kosten en baten, maar ook aan de vermindering van congestie, betere luchtkwaliteit, verbeterde gezondheid en milieuveranderingen gedurende de hele levensduur van het project.

 

  • Individuen opleiden en in staat stellen hun gedrag te veranderen – Steden zijn uiteindelijk een product van de mensen die erin leven. Betrokkenheid van de gemeenschap is essentieel voor de levensvatbaarheid van duurzame steden op de lange termijn en moet al vroeg in het ontwikkelingsproces beginnen. Het is van vitaal belang om mensen op te leiden en in staat te stellen de lange-termijnvoordelen van duurzame infrastructuurprojecten te begrijpen, in tegenstelling tot kortdurende verstoringen. Plus: als individuen persoonlijk bijdragen aan positieve verandering, zouden ze daar ook persoonlijk van moeten profiteren. Op consumentenniveau kunnen nieuwe sociale digitale valuta’s een optie zijn. Een tool waarmee mensen hun gedrag kunnen begrijpen en veranderen, zou hen daarvoor ook kunnen belonen.

 

  • Herziening van het institutioneel bestuur om nieuwe manieren van werken aan te moedigen – Beleidsbeslissingen hebben de kracht om gedrag op elk niveau te veranderen. Maar er is meer urgentie nodig om ons snel weg te krijgen van de normale gang van zaken. Het succes van de belasting op plastic tassen bewijst dat mensen bereid zijn te veranderen als het hen gemakkelijk wordt gemaakt. In Noorwegen heeft een nul-aankoopbelasting, btw en wegenbelasting op elektrische voertuigen het gebruik van elektrische voertuigen zodanig gestimuleerd dat de verkoop in 2020, 54% van de totale autoverkoop bedroeg. Door duidelijkere belasting- en prijsstimulansen te bieden, kunnen beleidsmakers inclusieve en duurzame opties aantrekkelijker en op grotere schaal beschikbaar maken.

Paul Speirs, die betrokken is geweest bij het project “Rethinking Sustainable Cities”, is ervan overtuigd dat mobiliteit de kern vormt van elke succesvolle stad en een sleutelrol zal spelen op de weg naar de duurzame, inclusieve stad van de toekomst: “Mobiliteit bepaalt hoe goed de bevolking met elkaar verbonden is. De geschiedenis toont de veerkracht van organisch gegroeide steden, die begonnen als handelsknooppunten en uitgebreid werden door toenemende handel, de industriële revolutie en de komst van de spoorwegen. De dominantie van de auto heeft onze steden op de een of andere manier doorkruist, maar als we de lagen afpellen, blijft het kader voor de ’15-minuten stad’ overeind. Mensen moeten elkaar ontmoeten, mixen en handel drijven. Dat zit in onze genen. Voor velen gaf de pandemie een glimp van de verloren buurten en herinnerde het eraan dat de aanwezigheid en het vrije verkeer van mensen levendigheid en vitaliteit creëren. Met een zorgvuldige mix van mobiliteit en ruimtelijke ordening, kan een uitgestrekte stad opnieuw worden vormgegeven en opnieuw worden verbonden als een verzameling bloeiende en duurzame stedelijke dorpen.”

Over het rapport Rethinking Sustainable Cities

Het rapport is opgesteld door het London Transport Museum en het toonaangevende technische en professionele dienstverlenende bedrijf Jacobs in samenwerking met het internationale advocatenkantoor Gowling WLG, het wereldwijde transportbedrijf Thales en het bedrijf voor mobiliteits- en logistieke softwareoplossingen PTV Group.

Download het volledige rapport: www.ltmuseum.co.uk/interchange

Over de auteur

Van duurzame vormen van mobiliteit zoals fietsen en autonoom rijden tot verkeersveiligheid en strategieën voor de laatste kilometers: Steffi is altijd op zoek naar nieuwe verhalen en is gefascineerd door de rijkdom aan spannende onderwerpen die onze mobiliteit elke dag te bieden heeft.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Naam